Werk je als zzp'er voor een tarief onder de 36 euro per uur? Dan telt dat vanaf eind 2026 mee als bewijs dat je eigenlijk in loondienst werkt. Niet de Belastingdienst moet dat straks aantonen, maar jouw opdrachtgever moet bewijzen dat het niet zo is. Voor zelfstandigen en voor de bedrijven die met zzp'ers werken, verandert er het komende jaar meer dan de meeste mensen beseffen.
Een laag uurtarief telt nu als bewijs
De kern van de nieuwe regel heet het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. Verdien je als zelfstandige minder dan het wettelijke grensbedrag, dan mag je zelf stellen dat je eigenlijk werknemer bent. De bewijslast ligt dan bij de opdrachtgever, die moet laten zien dat er geen arbeidsrelatie bestaat. Lukt dat niet, dan krijg je rechten die bij een gewone baan horen: ontslagbescherming, loon bij ziekte en een beroep op de WW.
De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel op 21 april 2026 aan, de Eerste Kamer volgde op 16 juni 2026 (alleen FVD stemde tegen) en op 29 juni 2026 verscheen de wet in het Staatsblad als artikel 7:610aa van het Burgerlijk Wetboek. De inwerkingtreding staat vast op 31 december 2026. Het bedrag in de wettekst zelf is 36 euro per uur, geïndexeerd zoals het minimumloon, maar het kabinet en de Eerste Kamer rekenen met een richtbedrag van ongeveer 38 euro per 1 januari 2026. De minister van Werk en Participatie legt het exacte startbedrag vast in een ministeriële regeling, dus de knoop wordt pas vlak voor de inwerkingtreding definitief doorgehakt.
Het ministerie schatte in 2024 dat ongeveer 200.000 van de destijds 1,3 miljoen zzp'ers in Nederland eigenlijk schijnzelfstandig waren, mensen die als zelfstandige factureren terwijl de werkrelatie in de praktijk op een dienstverband lijkt. Minister Van Hijum noemde als doel dat mensen die tegen een laag tarief de zzp-constructie worden ingeduwd, een eerlijker uitgangspositie krijgen. Dat liet de NOS destijds al optekenen, al ging het toen nog om een eerder wetsvoorstel. De uiteindelijke wet die nu is aangenomen, regelt het rechtsvermoeden specifiek rond het uurtarief.
Boetes blijven dit jaar nog grotendeels uit
Los van het rechtsvermoeden handhaaft de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer op schijnzelfstandigheid in de bredere zin, dus los van het uurtarief. Toch krijg je in 2026 niet meteen een boete op de deurmat. Een controle begint in beginsel met een bedrijfsbezoek, en dat bezoek levert in de praktijk vooral een waarschuwing op. Verzuimboetes legt de Belastingdienst dit jaar nog niet op. Vergrijpboetes, bij opzet of grove schuld, kunnen sinds 1 januari 2026 wel al worden opgelegd. Een naheffingsaanslag loonheffingen blijft hoe dan ook mogelijk, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025, en bij kwaadwillendheid zelfs tot vijf jaar terug.
Die zachte landing duurt niet eindeloos. Vanaf 1 januari 2027 vervalt ze. Dan kan de Belastingdienst weer gewone verzuimboetes opleggen en begint een controle niet automatisch met een vriendelijk bedrijfsbezoek. Wie nu denkt dat 2026 nog een vrijhaven is, rekent zich dus rijker dan hij is: de naheffing loopt gewoon door, alleen de boete wacht nog even.
Er komt nog een aparte Zelfstandigenwet aan
Het rechtsvermoeden is niet het laatste wat er verandert. Het kabinet werkt daarnaast aan een Zelfstandigenwet, die moet vastleggen wanneer iemand wél als zelfstandige mag werken. Die wet kreeg op 1 oktober 2026 een internetconsultatie die op 29 oktober 2026 sloot. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028, dus dit is geen regel voor morgen, maar wel een die nu al meespeelt in hoe bedrijven hun zzp-contracten inrichten.
De wet introduceert een zelfstandigheidstoets met concrete eisen: zelf factureren, een eigen zakelijke rekening, in twee jaar tijd minimaal drie verschillende opdrachtgevers en een voorziening tegen ondernemersrisico's zoals arbeidsongeschiktheid. Vereniging ZZP Nederland reageerde verheugd en liet weten: "Het lijkt erop dat de zelfstandig ondernemer eindelijk op waarde wordt geschat." Voor opdrachtgevers betekent het vooral dat de criteria voor een gezonde zzp-relatie steeds explicieter worden vastgelegd, in plaats van dat ze afhangen van losse rechtszaken.
Wat dit betekent voor jou als ondernemer of opdrachtgever
Werk je met zzp'ers, dan loont het nu al om je tarieven en contracten langs de nieuwe meetlat te leggen. Zit een tarief structureel onder het grensbedrag, dan is dat vanaf eind 2026 een concreet risico, niet alleen een moreel vraagstuk. Documenteer waarom iemand zelfstandig is: meerdere opdrachtgevers, eigen bedrijfsmiddelen, een eigen manier van werken zonder directe aansturing. Dat soort bewijs is precies waar een opdrachtgever straks op moet kunnen terugvallen.
Het is ook een goed moment om je bredere administratie op orde te krijgen, want de Belastingdienst kijkt bij een controle naar het hele plaatje. Werk je met personeel of met zzp'ers naast elkaar, dan maakt een nette scheiding tussen loonadministratie en facturen van zelfstandigen het verschil. Twijfel je of je eigen uurtarief of contractvorm de toets kan doorstaan, vraag dan advies, want niet elke financieel adviseur vertelt je uit zichzelf waar de risico's zitten. Overzichtelijke, foutloze administratie is ook waar automatisering in je bedrijfsprocessen zijn waarde bewijst: minder handmatig gedoe betekent minder kans dat een controle iets over het hoofd ziet dat er wél had moeten staan.
Deze wetswijziging komt ook niet alleen. 2026 is een jaar waarin meerdere regels voor ondernemers strenger worden, zoals de telemarketingwet die ongevraagd bellen nu veel duurder maakt. Wie als ondernemer zijn zaakjes op orde wil houden, doet er goed aan om dit soort wetswijzigingen niet los van elkaar te behandelen, maar als onderdeel van één jaarlijkse compliance-check.
Dit is wat je nu alvast kunt regelen
Reken eerst uit wat je eigen uurtarief daadwerkelijk is, inclusief de uren die je niet factureert aan klanten, zoals acquisitie en administratie. Val je structureel onder het richtbedrag van ongeveer 38 euro, bespreek dan met je opdrachtgever of boekhouder hoe je positie eruitziet als het rechtsvermoeden ingaat. Bewaar bewijs van je zelfstandigheid: offertes aan meerdere klanten, een zakelijke rekening, eigen verzekeringen. En hou de Zelfstandigenwet in de gaten, want de uitkomst van die consultatie bepaalt hoe de zelfstandigheidstoets er na 2028 precies uit gaat zien. Wie nu al aan die eisen voldoet, hoeft in 2027 en 2028 niet in paniek zijn hele bedrijfsvoering om te gooien.