Beleggen & Investeren

De echte reden waarom de meeste Nederlanders niet beleggen

· 5 min leestijd

Één op de drie Nederlandse huishoudens heeft genoeg geld om te beleggen. Toch belegt slechts 19% van de bevolking daadwerkelijk iets. Dat gat - van financieel kunnen naar daadwerkelijk doen - is groter dan ooit. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) wijst er al langer op: niet het inkomen, maar de drempel houdt mensen weg van de beurs.

Angst voor verlies domineert het besluit

Meer dan de helft van de niet-beleggende Nederlanders (54%) noemt risico als voornaamste reden om weg te blijven. Dat klinkt logisch, maar klopt het ook?

De ironie is dat sparen zijn eigen risico heeft. Met een spaarrente van gemiddeld 1,5 tot 2% en een inflatie die de afgelopen jaren hardnekkig boven de 3% bleef, verlies je koopkracht op je spaarrekening. Het saldo groeit, maar je kunt er minder mee kopen dan het jaar ervoor.

Beleggen brengt volatiliteit mee, dat klopt. De beurs daalt, soms fors. Maar over periodes van tien jaar of meer heeft de aandelenmarkt historisch gezien altijd positief gerendeerd. Dat is geen belofte voor de toekomst - maar het is wel context die ontbreekt in de risicobeleving van veel Nederlanders.

De kennisdrempel voelt hoger dan hij is

De tweede grote blokkade is kennis - of liever: het gevoel dat je er te weinig van hebt. Bijna één op de twee Nederlanders geeft dit aan als reden om niet te beleggen. Dat gevoel is begrijpelijk. Financiële producten worden vaak beschreven in termen die meer weggeven van een juridisch document dan van een gewoon gesprek. P/E-ratio, total expense ratio, dividend yield - het klinkt ingewikkelder dan het is.

Het goede nieuws: je hoeft echt niet alles te begrijpen om verantwoord te starten. Brede indexfondsen, zoals een tracker op de MSCI World of de AEX, spreiden je inleg automatisch over honderden bedrijven. Je hoeft geen individuele aandelen te kiezen. Je belegt gewoon mee met de wereldeconomie.

Uit onderzoek van branchevereniging DUFAS blijkt dat jongeren wel willen beleggen, maar de stap niet zetten omdat ze denken onvoldoende kennis te hebben. Terwijl de instrumenten om te starten nooit toegankelijker waren dan nu.

De mythe van het grote startbedrag

Veel mensen denken dat je een flinke pot geld nodig hebt voordat je begint. Dat idee klopt allang niet meer. Vrijwel alle Nederlandse brokers laten je starten vanaf 1 euro per maand. Bij sommige platforms stel je een maandelijkse inleg in van 10 euro in een gediversifieerd fonds - en daarna hoef je er nauwelijks naar om te kijken.

Maandelijks inleggen heeft bovendien een structureel voordeel: je koopt automatisch goedkoper bij als de markt daalt, en duurder als hij stijgt. Dat middelt je aankoopprijs uit over de tijd. Beleggers noemen dit dollar cost averaging. Het werkt het best als je er gewoon niet te veel over nadenkt.

Wil je weten wanneer het juiste moment is om te beginnen met beleggen? Het korte antwoord: eerder is bijna altijd beter.

Wat spaargeld je stilletjes kost

Stel dat je 10.000 euro op een spaarrekening hebt staan en dat bedrag tien jaar onaangeraakt laat. Met een gemiddelde spaarrente van 1,8% groeit dat naar ongeveer 11.940 euro. Klinkt prima, totdat je beseft dat 3% inflatie datzelfde saldo in reële koopkracht terugbrengt tot minder dan 9.000 euro.

Dat is geen abstracte rekensom. Dat is meer dan 1.000 euro die gewoon verdampt - niet door pech, maar door stilzitten. En dat terwijl de aandelenmarkt over diezelfde tien jaar historisch gezien ergens tussen de 50% en 100% in waarde steeg, volatiliteit meegeteld.

Er is uiteraard geen garantie. Maar als je veiligheid afmeet aan het saldo op je rekening, en niet aan wat je er daadwerkelijk mee kunt kopen, meet je iets anders dan veiligheid. Lees ook waarom voorzichtigheid bij investeren echt telt - want risico mijden en risico begrijpen zijn twee verschillende dingen.

Wat het je kost als je blijft wachten

Iedere maand dat je wacht, is een maand zonder rendement. Dat klinkt abstract, maar het loopt hard op. Wie op zijn 35ste begint met 100 euro per maand en gemiddeld 7% jaarlijks rendement haalt, bouwt naar zijn 65ste zo'n 121.000 euro op. Wie pas op zijn 45ste begint met hetzelfde bedrag, eindigt op 52.000 euro. Tien jaar verschil, ruim de helft minder eindvermogen.

De les is niet dat je alles op alles moet zetten. De les is dat beginnen meer oplevert dan wachten op het perfecte moment of de perfecte kennis. Die komt namelijk nooit.

Twijfel je nog over welke markten je in wilt starten? Bekijk dan drie populaire markten om je geld in te beleggen - van aandelen tot obligaties tot goud, met de voor- en nadelen van elk.

De AFM benadrukt al langer dat te weinig Nederlanders gebruik maken van de vermogensopbouwmogelijkheden die ze hebben. Niet omdat ze te weinig verdienen, maar omdat de drempel te hoog lijkt terwijl die in werkelijkheid vrij laag is. Dat begint niet bij een grotere beurs of meer kennis. Dat begint bij de eerste kleine inleg.

M
Geschreven door Max van der Linden Beleggingsanalist & financieel schrijver

Max kocht zijn eerste aandeel op zijn zeventiende van zijn vakantiebaangeld en verloor prompt de helft. Die dure les maakte hem niet voorzichtiger maar wel slimmer, en hij heeft sindsdien elke fout omgezet in een leerzaam artikel. Hij studeerde financiële economie in Amsterdam en werkte als trader voordat hij de beurs verruilde voor het toetsenbord. Max schrijft over beleggen met de nuchterheid van iemand die weet dat de markt altijd gelijk heeft, ook als je er niet blij mee bent. Zijn stijl is direct en jargonvrij, omdat hij vindt dat financiële kennis geen privilege hoort te zijn.